Om objectief je vooruitgang te kunnen bijhouden, ga je eerst je startpunt vastleggen. Dit doe je met foto’s en lichaamsomtrek metingen. Het is misschien een beetje confronterend, maar niemand hoeft ze te zien behalve jij. Het is belangrijk om straks ergens op terug te kunnen kijken, om te zien hoe ver je gekomen bent! Er is geen betere vergelijking dan met eerlijke foto’s.
Maak de foto’s van jezelf in ondergoed of badkleding. Je zult veranderingen minder snel zien in verhullende kleding. Nogmaals, niemand hoeft ze te zien behalve jijzelf, maar maak ze wel!

Wanneer kun je jezelf het beste meten en wegen?
Voor zowel de foto’s, het wegen, als de metingen geldt: Kies een vast moment in de ochtend, direct na het opstaan, na toiletbezoek en voor je ontbijt. Zo kun je het meest consequent meten.
Weeg jezelf elke dag. Volgende week krijg je van ons een sheet waarin je al je metingen bij kunt houden en noteren. Elke dag wegen kan even wennen zijn, maar toch willen we graag dat je dit vast toepast. Voor sommige mensen is het moeilijk, omdat ze hun gewicht elke dag op en neer zien gaan. In de volgende les zullen we daar dieper op ingaan. Dit is namelijk volkomen normaal.
Hoe maak je goede foto’s van jezelf?
Kies het liefst een natuurlijke lichtbron, zoals een raam. Probeer echter direct zonlicht te vermijden. Het beste is ook om licht vanaf een zijkant te gebruiken in plaats van van boven.
Zet de camera ongeveer op een hoogte die halverwege je lichaam is, om vertekening te voorkomen. Dit gebeurt bij foto’s van onderaf of bovenaf genomen. Als iemand anders de foto’s maakt, bijv. met een telefoon, vraag diegene dan om te knielen om van de juiste hoogte te kunnen fotograferen.
Plaats de camera tussen de lichtbron en jezelf in, zoals in onderstaande foto:
Neem foto’s van je voorkant, achterkant en zijkant. Houd in die laatste positie je armen voor je uit gestrekt, zodat de zijkant van je romp goed te zien is.
Het meten van je lichaamsomtrek
Voor het meten van je omtrek heb je een meetlint nodig. Meet jezelf op de volgende punten:
Buik
Het makkelijkst is om dit in je taille te meten. Is je taille niet zo duidelijk, neem dan telkens eenzelfde afstand vanaf de bovenkant van je heupbot, of gebruik een andere markering zoals een moedervlek. Adem uit en meet.
Blijf consequent in hoe je meet: Doe het elke keer op dezelfde manier.
Borst
Meet hier gewoon op tepelhoogte voor consistentie. Ook hier weer eerst uitademen, dan meten.
Bovenbeen
Meet hiervoor het breedste stuk bovenin. Kies één been en meet elke keer hetzelfde been.
Schrijf je metingen op.
Elke 4 weken herhalen
De foto’s en omtrekmetingen ga je om de 4 weken herhalen.
Leerpunten
- Leg je startpunt vast met foto’s en omtrekmetingen. Dit om later mee te kunnen vergelijken.
- Meet, weeg en fotografeer jezelf het liefst in de ochtend, na toiletbezoek en voor je ontbijt.
- Kies voor de foto’s het liefst een natuurlijke lichtbron, zoals een raam.
- Licht van de zijkant werkt het best.
- Plaats de camera op buikhoogte, tussen jou en de lichtbron in.
- Maak foto’s van de zijkant, voorkant en achterkant.
- Meet je buikomtrek in je taille, of anders op een vast punt vanaf je heupbot.
- Meet je borstomtrek op tepelhoogte.
- Meet je dijbeenomtrek op het breedste stuk.
- Herhaal de foto’s en omtrekmetingen elke 4 weken.