Je vetvrije massa en vooral je spiermassa is technisch gezien een groot opslagvat vol met eiwitten. In eerdere lessen heb je al geleerd dat het overgrote deel van de eiwitten en dus aminozuren die je eet door je organen worden gebruikt. Dit, omdat daar ontzettend veel stofjes, eiwitten en enzymen moeten worden aangemaakt, elke dag, je hele leven lang. En de maag/darmwand en je huid worden ook steeds ververst. Daarnaast heeft je immuunsysteem in tijden van infectie ook flink wat aminozuren nodig als het grote aantallen nieuwe immuuncellen en eiwitten moet leveren. Je lichaam geeft spiermassa opbouwen absoluut geen prioriteit.
Op het moment dat je dieet, ziet je lichaam dit als een noodtoestand. Is je eiwitinname ook nog eens erg laag, zul je gegarandeerd spiermassa verliezen. Met krachttraining en een eiwitinname die toereikend is, kun je dit voorkomen en zelfs spiermassa opbouwen, ook in een calorietekort.
Op de Intensive Care
Maar wat nou als je lichaam in echte nood verkeerd, bijvoorbeeld als je voor je leven vecht op de intensive care in een ziekenhuis? Zelfs al krijg je dan eiwitten via een infuus binnen; omdat je je spieren niet gebruikt (bijvoorbeeld als je stil ligt, omdat je in slaap wordt gehouden aan de beademing), zul je in rap tempo spiermassa kwijtraken.
Je lichaam zal dan dankbaar gebruik maken van deze reserve.

Bron: Winning the war against ICU-acquired weakness: New innovations in nutrition and exercise physiology

Mike Schultz verloor in zijn 6-weekse strijd tegen COVID-19 bijna 23 kilo lichaamsgewicht!
Onderzoek naar overlevingskans op de IC
Onderzoek heeft bevonden dat de hoeveelheid spiermassa die iemand heeft, gebruikt kan worden om te voorspellen wat de kans op overlijden is binnen 28 dagen op de intensive care. Hoe meer spiermassa,, hoe lager de kans op overlijden. Verder speelden leeftijd, of er een operatie nodig was en of er nog een tweede aandoening is hierin een rol.
Een grotere borstspier bij opname was in ander onderzoek geassocieerd met betere resultaten, waaronder een hogere overleving na 6 maanden, lagere ziekenhuissterfte en meer IC-vrije dagen. De hoeveelheid onderhuids vet was hier niet significant mee geassocieerd. In multivariabele analyses hield het verband tussen de borstspier en overleving na 6 maanden en ICU-vrije dagen aan, terwijl de hoeveelheid onderhuids vet niet geassocieerd was met overleving of andere uitkomsten.
De hoeveelheid spiermassa kan letterlijk het verschil betekenen tussen leven en dood.
Voor altijd die spiermassa kwijt?
Ondanks dat je spiercellen leeg zijn getrokken, zijn ze er nog wel. Spiergroei is o.a. een toevoeging van celkernen. Die raak je nooit meer kwijt.
Het is dus iets makkelijker om daarna weer te gaan herbouwen dan om dan nog opnieuw te moeten beginnen. Dit principe is ook wel bekend als spiergeheugen.

Conclusie
Kortom, spiermassa heeft nog veel meer en misschien nog wel belangrijkere voordelen dan ‘er goed uitzien’. Het kan je leven redden!