Nu we weten dat hardnekkig lichaamsvet niet iets is waar je je druk om hoeft te maken, kunnen we kijken naar of het mogelijk is om überhaupt plaatselijk vet te verbranden.

Kun je plaatselijk vet verbranden?

Plaatselijk vet verbranden wil zeggen dat je bepaalde oefeningen kunt doen, zoals buikspieroefeningen om het buikvet te laten verdwijnen. Helaas werkt het niet zo makkelijk en heeft onderzoek vaak bewezen dat plaatselijk vet verbranden niet mogelijk is.

Echter is er zeer recent bewijs bijgekomen, dat wanneer je na een zware inspanning LISS (low intensity steady state) cardio doet, het mogelijk is om vet te verbranden voor de spiergroepen die je tijdens de zware inspanning gebruikte.

Alleen zal deze impact verwaarloosbaar zijn. Het lichaam bepaalt voornamelijk zelf waar het vet vandaan wordt gehaald. Meestal is eerst het bovenlichaam aan de beurt, voordat het onderste buik- en rugvet van mannen en het heup- en beenvet van vrouwen aan de beurt komt.

Vrouwen krijgen relatief gezien sneller buikspieren dan mannen en het duurt voor vrouwen het langst voordat het been- en heupvet pas echt strakker wordt. Ironisch genoeg hebben vrouwen dus vaak de vetverdeling die een man nastreeft.

Mannen hebben een vetpercentage van 6-8% nodig om in ontspannen toestand een zichtbare six-pack te kunnen zien en een kerstboom op hun onderrug. Vrouwen hebben een vetpercentage van 12-14% nodig om strakke benen te hebben. Dit zijn echter geen gezonde vetpercentages om langdurig op te verblijven.

Plaatselijk vet verbranden gaat dus helaas niet op.

Dit zijn gezonde vetpercentages, afhankelijk van de leeftijd

Leeftijd

Mannen (in %)

Vrouwen (in %)

20-24

8-17

22-29

25-29

11-18

23-30

30-34

12-19

24-31

35-39

13-20

25-32

40-44

14-21

26-33

45-49

15-22

27-34

50-59

17-24

29-36

> 60

19-26

31-38

Een te laag vetpercentage kan bijvoorbeeld zorgen voor:

  • Een zwakker immuunsysteem
  • Een hoger risico op osteoporose
  • Minder testosteron bij mannen
  • Een ontregelde eisprong en menstruatie bij vrouwen
  • Onvruchtbaarheid

En als ik nu een specifieke spiergroep blijf trainen?

Als je een specifieke spiergroep traint, dan laten de vetcellen rondom die spiergroep vet los, waardoor dit in de bloedbaan terecht komt. De vetcellen die verder weg van die spiergroep zitten, laten op dat moment minder vet los. Maar dat het vet in je bloedbaan terechtkomt, betekent nog niet dat het ook verbrand wordt. Het is mogelijk dat het vrijgemaakte vet weinig tot niet verbrand wordt en dat het weer opgeslagen wordt in dezelfde vetcellen.


Momenteel is er op dit gebied nog niet genoeg onderzoek gedaan om het volledig uit te sluiten. Maar met de aanwijzingen die we op dit moment hebben, mag duidelijk zijn dat het proberen te bereiken van ‘spot reduction’ nutteloos is.

Je lichaam bepaalt het waar het vet vandaan wordt gehaald. Hier heb je helaas geen invloed op. Wel kun je bepalen óf je vet verbrandt d.m.v. een negatieve energiebalans.


Leerpunten

  • Onderzoek heeft vaak bewezen dat plaatselijk vet verbranden niet mogelijk is.
  • Het mogelijke effect van LISS doen met de getrainde spiergroepen is verwaarloosbaar klein.
  • Het lichaam bepaalt voornamelijk zelf waar het vet vandaan wordt gehaald. Meestal is eerst het bovenlichaam aan de beurt.
  • Mannen hebben een vetpercentage van 6-8% nodig om in ontspannen toestand een zichtbare six-pack te kunnen zien en een kerstboom op hun onderrug. 
  • Vrouwen hebben een vetpercentage van 12-14% nodig om strakke benen te hebben. Dit zijn echter geen gezonde vetpercentages om langdurig op te verblijven.
  • Als je een specifieke spiergroep traint, dan laten de vetcellen rondom die spiergroep vet los, waardoor dit in de bloedbaan terecht komt. Dit betekent nog niet dat het ook verbrand wordt. Dat hangt van je energiebalans af.
{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>