Les 3: Welke motivatie is het beste voor de lange termijn?

Motivatie is de aanzet om tot actie over te gaan. Vaak wordt een dieet als een tijdelijk iets gezien wanneer er sprake is van een extrinsieke motivatie. Dit is motivatie van buitenaf, zoals een dokter die zegt dat je beter wat af kunt vallen, een partner die liever heeft dat je wat kilo’s verliest of een bepaalde fysieke prestatie die je moet neerzetten, zoals bijvoorbeeld een conditietest die je moet halen voor je werk.

Extrinsieke motivatie is meestal maar tijdelijk. Bovendien valt het benadrukken van de ongewenstheid van overgewicht onder stigmatisering, zelfs als het ‘goedbedoeld’ is. Dit leidt zelden tot een beter resultaat en kan zelfs averechts werken.

Als je probeert af te vallen, heb je meer moeite met volhouden als je geraakt wordt door stigmatiserende opmerkingen.

Zorg dus dat je de komende tijd motivatie vindt vanuit jezelf, waarom je het voor jezelf zou doen: jouw intrinsieke motivatie.

Dit hebben we in het begin van dit programma ook toegepast. Graaf wat dieper naar je onderliggende doel en laat dát je motiveren de komende tijd.

Opdracht: Beantwoord de vragen op je invulformulier. Sla geen vragen over, ga ze één voor één langs.

Kom je er niet helemaal uit, stel jezelf dan na elk antwoord de vraag: “Waar blijkt dat uit?” tot je niet meer verder komt. Dan ben je waarschijnlijk al een stuk dichter bij de kern en kun je een dieperliggende reden vinden om te willen veranderen vanuit jezelf.

In het begin van dit programma hebben wel al wat dieper gegraven naar je beweegredenen. Dit was om bij je intrinsieke motivatie te komen.

Je was het misschien bijvoorbeeld zat om moeite te hebben met je veters strikken, overdag weinig energie hebben of dat je een betere shape wilde zien in de spiegel. Maar het kan ook dieper liggen. Misschien wil je jezelf weer aantrekkelijk voelen voor je partner, of wil je kunnen spelen met je kinderen in het park, of wil je je niet meer schamen voor je lichaam.

Ben je je motivatie even kwijt, graaf dan wat dieper en herinner jezelf aan dit dieperliggende doel. Dit is precies waarom je je SMART doel in de WC of badkamer moest ophangen!

‘Willen’ is nog geen ‘kunnen’

Je kunt het zelf proberen, zonder programma of begeleiding. Er is echter wel een verschil tussen ‘willen’ veranderen en ‘kunnen’ veranderen. Als de kennis ontbreekt, wordt het ondanks de motivatie lastig om te werken aan deze doelen. Je hebt dus iemand of iets nodig die je van de juiste kennis voorziet, bij de hand neemt, terugkoppelt wat er goed gaat of wat er beter kan en die je helpt om je zelfredzaamheid te verhogen. Hierbij kun je denken aan een programma zoals dit, een coach of een sociale omgeving met de juiste kennis die je steunt tijdens het proces.

Zij kunnen je ook helpen met het opstellen van haalbare doelen, aangezien onrealistische doelen je motivatie flink kunnen verlagen.

Prestatiemindset vs. groeimindset

Ben je vooral gefocust op een einddoel, spreken we van een statische mindset of een prestatiemindset. Ben je gericht op het proces en kleinere tussendoelen, dan heb je een groeimindset.

Haalbare doelen gaan uit van een groeimindset. Mensen met deze mindset zien falen niet als een fout, maar een leerpunt. Op een eindpunt focussen, kan je uiteindelijk alleen meer ongemotiveerd maken. Werk hard aan de dingen waar je nu mee zit. Focus op je inzet, wat je elke dag en elke week moet doen en maak geen eindpunt in je progressie. Dan volgt progressie vanzelf.

"If you focus on the results, you will never change. If you focus on change, you will get results."

Dit is waarom we je kleinere SMART-tussendoelen op lieten stellen. Zo kun je je meer focussen op het proces.

Opdracht: Pak je oude SMART tussendoelen er weer eens bij en kijk of je ze behaald hebt.
{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}
>